Aanbesteding Vaarwegverruiming Eemshaven-Noordzee gestart

Volgend jaar kan worden begonnen met de vaarwegverruiming van de Eemshaven naar de Noordzee. Al met al heeft het een kleine tien jaar geduurd voordat het tracébesluit onherroepelijk is verklaard. De aanbestedingsprocedure is op 1 december 2015 van start gegaan.

De vaarwegverruiming is nodig om de Eemshaven bereikbaar te maken voor bulkschepen en tankers uit de zogeheten Panamax-klasse met een diepgang tot 14 meter. Op dit moment is de vaargeul alleen bevaarbaar voor schepen met een maximale diepgang van 10,5-11 meter én alleen tijdens hoogwater.

Drie baggerlocaties
De verruiming is slechts nodig voor een beperkt deel van het traject. Op de meeste plekken is de vaargeul van nature al diep genoeg voor de grootste schepen. Alleen waar schepen de vaargeul verlaten om naar de Eemshaven te varen en op twee locaties in de kustzone van Borkum naar de Westereemston ten noorden van de eilanden moet worden gebaggerd om de vaargeul over het volledige traject de gewenste diepte te geven.

Dit moet gebeuren in een door Duitsland en Nederland betwist gebied. In het Eems-Dollardverdrag uit 1960 is geregeld dat Duitsland de hoofdvaarweg beheert. Hiertoe baggert Duitsland jaarlijks 8 miljoen kuub om de vaarwegen naar Emden, Papenburg en Delfzijl open te houden. “Wij gaan nu voor de verruiming eenmalig 6,5 miljoen kuub baggeren op het traject van de Eemshaven naar de Noordzee”, schetst omgevingsmanager van Rijkswaterstaat Frank Steyaert de impact en omvang van de werkzaamheden. “We verwachten dat het jaarlijkse onderhoud daarna met circa 1 miljoen kuub zal toenemen.”

Afbeelding Rijkswaterstaat

Passeerstroken
Naast verdiepen is ook sprake van verbreden van de vaarweg om schepen veilig te kunnen laten manoeuvreren en op rechte stukken inhaalmanoeuvres mogelijk te maken. Dit is vooral van belang voor autoschepen van en naar Emden. Deze varen vanwege de windgevoeligheid en omdat ze Emden alleen rond hoog water kunnen bereiken op hogere snelheid. Passeerstroken van 225 meter breed en tot 12 meter onder NAP aan weerszijden van de vaargeul moeten de veiligheid waarborgen en vertragingen voorkomen.

Aanbesteding volgens EMVI
Inmiddels is gestart met de aanbesteding volgens het EMVI principe (Economische Meest Voordelige Inschrijving). De inschrijvingen worden niet alleen beoordeeld op prijs, maar ook op milieueffecten. Zo moet keileem bijvoorbeeld worden opgebaggerd met een dieplepel om te voorkomen dat het wordt fijngemalen en daarmee het water in de omgeving vertroebelt. “Als de aannemer al een nuttige bestemming heeft voor het zand en keileem dat wordt opgebaggerd, dan levert dit eveneens punten op”, legt Steyaert uit. “Het streven is zo min mogelijk verspreiden. Dat is efficiënter en beter voor het milieu.”

Vaarwegverruiming én kwelderaanleg
Dit uitgangspunt keert terug in de drie percelen waarop kan worden ingeschreven. Dat is in de eerste plaats de vaarwegverruiming zelf, met daaraan gekoppeld de aanleg van een vogelbroedeiland bij de Eemshaven. Daarnaast kan er worden ingeschreven op de aanleg van kwelders in het kader van het Marconi-project in Delfzijl. Het laatste perceel combineert beide projecten. Het streven van RWS is dat het gebaggerde materiaal wordt gebruikt voor de aanleg van de kwelders en het vogelbroedeiland. “Deze werkwijze heeft onze voorkeur in dit kwetsbare gebied”, bekent Steyaert. ‘We willen met werk, werk maken.”

Eind 2017 klaar
Komend voorjaar (april 2016) moet het werk zijn gegund. Eind 2017 dient de vaarwegverruiming te zijn afgerond. Wanneer het baggeren start kan Steyaert evenwel niet zeggen. “De aannemer mag zelf bepalen wanneer daarmee wordt begonnen. Ons advies is in de zomer, maar dat betekent ook dat vanaf dat moment de onderhoudsverplichting op het hele traject – dat grotendeels in Duits beheergebied ligt – van onze oosterburen moet worden overgenomen.”

Share |