Chemische industrie Eemsmond zet in op vergroening

Sinds 2014 zet de chemische industrie in de regio Delfzijl actief in op vergroening – of zo men wil: verduurzaming. Twee nieuw te bouwen fabrieken die biomassa gaan omzetten in grondstoffen voor de chemische industrie moeten de iconen worden in het vergroeningsprogramma. Ze vormen tevens schakels in de overstap naar een circulaire economie. “De chemie is daarvoor onmisbaar”, zegt Frans Alting, directeur van de Samenwerkende Bedrijven Eemsmond (SBE).

Er zijn momenteel verschillende ontwikkelingen op weg naar een duurzamere chemische industrie in de Eemsmond, onder meer door energiebesparing en energieverduurzaming (wind, zon, biomassa). Zo stapt Delesto begin volgend jaar over op groene stoom geproduceerd uit biomassa. Hiervoor wordt de biomassacentrale Bio Golden Raand (BGR) van Eneco momenteel omgebouwd. Dit levert een CO2-besparing op van meer dan 100.000 ton per jaar.

Waste2Chemicals
Een derde manier om te vergroenen is door verduurzaming van grondstoffen. Het is de volgende stap in de zogeheten circulaire economie waarin de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen wordt gemaximaliseerd. “Dat gaat verder dan recycling zoals we dat nu kennen”, legt Alting uit. “Van glas weer glas maken is een eindig proces omdat de kwaliteit steeds minder wordt. Van huisvuil biobrandstof maken of syngas als belangrijke grondstof voor de chemische industrie is een proces dat veel verder gaat.”

Het Nederlandse systeem van huisvuilinzameling en -verwerking leent zich hier bij uitstek voor. AkzoNobel en het Canadese bedrijf Enerkem onderzoeken samen met partners EEW, Veolia, Van Gansewinkel en BioMCN inmiddels de mogelijkheid om synthesegas te maken uit huishoudelijk en restafval, oftewel Waste2Chemicals. Een eerste Europese fabriek op basis van deze technologie is in Rotterdam voorzien.

Kansen voor Delfzijl
Van het verkregen syngas – een gasmengsel van koolstofmonoxide en waterstofgas – kunnen weer synthetische koolwaterstoffen worden gemaakt, een bouwstof voor alle producten uit de chemische industrie. Voor de productie van syngas worden nu vooral nog fossiele grondstoffen gebruikt. Alting zou graag zien dat ook een fabriek in Delfzijl wordt gebouwd. Het is samen met onder andere het Multipurpose Biorefinery Platform – dat op basis van groene grondstoffen chemische producten gaat produceren – één van de gangmakers voor de verduurzaming van de Eemsmond.

Delfzijl staat goed voorgesorteerd voor een stevige rol in de circulaire economie, meent de SBE-directeur. Hij wijst onder meer op verschillende kansen om overtollige elektriciteit van windmolens en zonnepanelen om te zetten producten of te gebruiken voor elektrolyse. “Daarnaast kent de regio een rijke historie als het gaat om de verbinding van het agrarisch achterland met de industrie. De aardappelzetmeel- en kartonindustrie heeft Groningen in het verleden veel gebracht. De productie van groene chemische basisproducten zal de keten agrarische sector-logistiek-chemie verder en hernieuwd versterken. Dit zal weer bedrijven aantrekken die gebruik willen maken van die groene technieken.”

Overheid nodig
Voor de bouw van een bioraffinagefabriek is naar schatting 150 miljoen euro nodig. De ‘groene’ bijdrage van de gedroomde fabriek is enorm – een besparing van 150.000 ton CO2 per jaar, dat staat gelijk aan de CO2-productie van 50-60.000 huishoudens. Maar met de huidige lage prijzen voor fossiele grondstoffen is het lastig een rendabele business case te starten, constateert Alting.

“De bedrijfsrisico’s zijn groot, er moet nog enorm veel worden ontwikkeld. Dat kost tijd. De fabriek zal dan ook nooit volledig door privaat geld gedekt kunnen worden. De overheid is eveneens nodig. Als Hans Alders zegt dat de economische structuur van de aardbevingsregio versterkt moet worden, dan zeg ik: die fabriek moet er komen. Met bijvoorbeeld een bioraffinage platform kunnen grote stappen worden gezet om de regio een boost te geven en ambities waar te maken.”

Share |