Eerste fase MIRT-onderzoek Eems-Dollard afgerond

Fase I van het MIRT-onderzoek naar maatregelen die moeten leiden tot ecologisch herstel van de Eems-Dollard is afgesloten. In een bijeenkomst van de stuurgroep werden op 15 september 2014 de tussenresultaten besproken. Projectleider Regina Oosting van het ministerie van Infrastructuur & Milieu zet de belangrijkste bevindingen op een rijtje.

In het MIRT-onderzoek is een lijst van bijna honderd maatregelen die de afgelopen jaren in allerlei verschillende verbanden en onderzoeken zijn opgekomen als vertrekpunt genomen. Niet in alle gevallen was duidelijk hoe die maatregelen eruit moesten zien, wat ze precies deden en hoeveel ze bijdroegen aan de verbetering van het estuarium. Regina Oosting: “We hebben de lijst overzichtelijker gemaakt en aan een eerste toets op effectiviteit onderworpen. Hoewel er nog veel vragen overblijven, resulteerde dit in meer grip op de materie.”

Duidelijke probleemomschrijving
Om te beginnen ligt er nu een duidelijke probleemomschrijving. “We weten nu beter waardoor de verslechterde toestand van het estuarium is veroorzaakt”, zegt Oosting. Tevens zijn relevante partijen in kaart gebracht, zijn mogelijke financieringsbronnen beschreven en is gekeken hoe het Schelde-estuarium is georganiseerd. “De problematiek daar is vergelijkbaar: een grensoverschrijdend estuarium met intensieve scheepvaart en druk op het natuurlijk systeem. De samenwerking tussen Nederland en België kan als voorbeeld dienen voor de Eems-Dollard en de gezamenlijke uitvoering(sorganisatie) met Duitsland. Daarover zal waarschijnlijk aan het eind van fase II meer bekend zijn.”

Tot slot zijn kijkrichtingen beschreven die, verderop in het onderzoek, als bouwsteen dienen voor de afwegingen die moeten worden gemaakt over beleidskeuzes, het streefbeeld, de balans tussen ecologie en economie nu en in de toekomst en wat Natura 2000 vraagt. Oosting: “We hebben economische kansen, zoals de transitie naar biobased economy en ontwikkeling van recreatie, op een rij gezet. In fase II wordt bekeken of we ze kunnen koppelen aan de ecologische opgaven in het estuarium en of ze haalbaar kunnen zijn.”

Maatregelen
Voor fase II van het onderzoek wordt nu gedacht in drie categorieën van maatregelen: maatregelen op het gebied van slib, maatregelen aan de kust en maatregelen in de hydrodynamiek (zoals nieuwe geulen). Deze maatregelen worden vervolgens uitgewerkt in oplossingsrichtingen en tevens getoetst op haalbaarheid en financierbaarheid. Volgens Oosting past het net gelanceerde icoonproject Vitale Kust goed in het MIRT-onderzoek.

Over de vervolgstap – een MIRT-verkenning – kan de projectleider nu nog weinig zeggen. “We zijn op de goede weg, maar tegelijkertijd moet er nog veel gebeuren. Mogelijke maatregelen en de samenhang daartussen moeten nog beter in kaart worden gebracht. Ook moet er overeenstemming komen met Duitsland over de toekomstige aanpak. Als alleen Nederland iets aan het slib doet en Duitsland niet, dan heeft dat waarschijnlijk weinig zin. Er loopt een overleg met Duitsland dat in het vroege voorjaar tot een advies aan de regeringen van beide landen moet leiden.”

Financiën
Blijft er één, niet onbelangrijk vraagstuk over: de financiën. Besluiten nemen zonder dat daar geld bij is geregeld is het paard achter de wagen spannen, beseft ook Oosting. “Bedrijfsleven en overheden in de regio en landelijk staan er gezamenlijk voor om middelen vrij te maken. Behalve de bijna tien miljoen euro voor het opruimen van de Griesberg zijn voor de Eems-Dollard echter geen middelen gereserveerd in de Rijksbegroting.”

Regina Oosting: "Op zoek naar een Iconisch Project"

Share |