Flinke stappen gezet op weg naar programma Eems-Dollard 2050

Het zijn belangrijke maanden voor de toekomst van de Eems-Dollard. Voor 1 juni aanstaande moet er een voorstel liggen voor een meerjarig adaptief programma – inmiddels het programma Eems-Dollard 2050 gedoopt – waarmee de ecologische waarden in het estuarium kunnen worden verbeterd, in samenhang met de andere functies. “We liggen op schema. Ik heb er absoluut vertrouwen in dat we het gaan redden”, zegt kwartiermaker Irene van Dorp.

Dat is van groot belang, want anders verliest Eems-Dollard 2050 z’n momentum, zo vreest Van Dorp. Bovendien heeft minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen de Tweede Kamer beloofd dat zij deze voor het zomerreces zal informeren over hoe het programma eruit gaat zien.

Voor 1 juli moet daarom ook de bestuurlijke goedkeuring hebben plaatsgevonden. “Er wordt een flinke tijdsdruk gevoeld, maar alle neuzen staan dezelfde kant op en er wordt hard gewerkt door het kernteam”, aldus Van Dorp. “De stuurgroep is vorige maand ook voor het eerst bijeen geweest.”

Focus op slib
Er wordt in eerste instantie een programmaplan uitgewerkt voor de eerste vijf jaar. De focus daarin ligt op slib. Projecten en pilots in het kader van het Programma Vitale Kust Eems-Dollard en het Innovatieprogramma Slib vallen daaronder en worden in het programma Eems-Dollard 2050 geïntegreerd.

Daarnaast is het opzetten van een onderzoeks- en monitoringsagenda in die eerste periode van vijf jaar van essentieel belang, laat Van Dorp weten. “De projecten en pilots die nu al lopen, leveren een verbetering aan het systeem van de Eems-Dollard, maar het zijn geen maatregelen die een fundamentele verandering teweegbrengen. Daarvoor is meer kennis nodig: wat gebeurt er precies in het systeem, hoe kunnen we dat verder verbeteren en hoe moeten we dat monitoren?”

Ecologisch streefbeeld
Eind deze maand wordt een workshop georganiseerd waarin met deskundigen van gedachten wordt gewisseld over het ecologisch streefbeeld in 2050. “We willen de beelden die uit het MIRT-onderzoek is voortgekomen een stap concreter maken”, legt Van Dorp uit. “Deze gaan de ankerpunten vormen om het programma aan op te hangen.”

Verder worden de komende acht weken deelsporen verder uitgewerkt op activiteiten en projecten en wordt nader invulling gegeven aan de samenwerking met Duitsland. “Vanuit Duitsland is hier inmiddels ook groen licht aan gegeven”, meldt Van Dorp. “Een werkgroep bestaande uit drie vertegenwoordigers uit Duitsland en drie uit Nederland gaat een voorstel voor samenwerking uitwerken dat eveneens voor 1 juni gepresenteerd moet worden.”

Daarnaast moet op 1 juli ook de meerjarige financiering zijn geregeld. “Dat laatste is zoals gebruikelijk flink duwen en trekken, maar ik heb er veel vertrouwen in dat het de samenwerkende partners gaat lukken hieruit te komen.”

MIRT mondt uit in meerjarig adaptief Programma

Share |