Het is nu of nooit voor biobased economy in Eemsdelta

Een transitie naar het gebruik van hernieuwbare grondstoffen is voor Nederland van essentieel belang om de door het Rijk vastgestelde duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. De Eemsdelta kan daar een significante bijdrage aan leveren door in te zetten op de groene driehoek van agri, vergroening chemie en verduurzaming energie. Dat biedt kansen voor de regio. SBE-directeur Frans Alting is helder: “Het is nu of nooit.”

Dat fossiele grondstoffen duurzame vervangers krijgen, is een onomkeerbaar proces. De vraag is alleen hoe snel dat gaat. In de Eemsdelta is al in een relatief vroeg stadium de vergroening opgepakt, onder meer met bedrijven als BioMCN. Veel studies, zoals het rapport Noord4Bio, geven aan dat de kansen voor vergroening hier – maar ook in de rest van Noord-Nederland – voor het oprapen liggen.

Nu is het goede moment voor transitie naar Biobased Economy. FOTO: Provincie Groningen

Boeren en industrie weer verbinden
Een modern agrarisch achterland, de aanwezigheid van twee zeehavens, een sterke chemie en energiecluster en de nabijheid van kennisinstellingen maken de Eemsdelta uitermate geschikt voor ontwikkeling naar een biobased economy. Dat daarin een verbinding wordt gemaakt tussen de al aanwezige sectoren maakt de regio eveneens zeer kansrijk, meent Alting.

Tijdens het E&E-diner begin deze maand hield hij een gloedvol betoog voor vergroening van de economie in de Eemsdelta. “Dit gebied kende z’n bloeitijd toen er een sterke binding was tussen boeren en industrie. De afgelopen vijftig jaar zijn die uit elkaar gegroeid. Nu is de kans om die binding te herstellen. Maar ook voor duurzame energie en circulaire economie liggen hier kansen.”

Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen
De huidige aardbevingsproblematiek maakt de noodzaak voor extra perspectief groot. Alting ziet aanknopingspunten in het door nationaal coördinator Hans Alders vorige maand gepresenteerde meerjarenplan ‘Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen’.

“Het plan laat een geweldige ambitie zien voor ontwikkeling van de werkgelegenheid en economie. Maar dan moeten we nu wel in actie komen om de kansen die hier duidelijk liggen ook daadwerkelijk te realiseren. Dat kan het bedrijfsleven niet alleen, ook de overheid zal mee moeten investeren. Daarvoor krijg je veel werkgelegenheid en grote milieuwinst terug en het maakt onze regio ook nog eens interessanter voor bedrijven verderop in de keten die groene grondstoffen nodig hebben.”

Gewicht geven aan belangen
Hoewel de noodzakelijke balans tussen ecologie en economie in het huidige beleid al wordt benadrukt, moet volgens Alting de scope veel breder liggen dan alleen een vitale kust. “De opgave is om eisen van milieu, klimaat en veiligheid in evenwicht te brengen met economische ontwikkeling en werkgelegenheidsgroei. Balans ontstaat door een bepaald gewicht aan de verschillende belangen toe te kennen. Deze zullen voor bedrijven deels anders liggen dan voor de natuur- en milieuorganisaties. We moeten daarbij de dilemma’s opzoeken, niet uit de weg gaan. Dan gaan we als Eemsdelta een belangrijke bijdrage leveren aan de vergroeningsopgave die Nederland heeft.”

Goedkope fossiele grondstoffen
Een grote hinderpaal is dat goedkope fossiele grondstoffen ontwikkelingen momenteel tegenhouden. Alting: “Het is daardoor moeilijk concurreren voor nieuwe technologieën en duurt het jaren voordat je een sluitende businesscase hebt. Nu stokt het vaak na het laboratorium. De overheid zou daarom bij moeten springen. Dat mag je ook verwachten als diezelfde overheid milieudoelstellingen formuleert.”

Demofabriek
Alting pleit voor een demofabriek. “De industrie heeft een plek nodig waar op grotere schaal met nieuwe technologieën kan worden geëxperimenteerd. Zo’n fabriek gaat ook een grote aantrekkingskracht hebben en daarmee verbeter je het vestigingsklimaat. Nu is het moment waarop dat gerealiseerd zou kunnen worden. Het mag niet zo zijn dat deze kansen straks elders worden benut.”

Dual Feed Biorefinery
Er lopen inmiddels verschillende ‘vergroenende’ icoonprojecten zoals Waste2chemicals, voor het omzetten van afval naar grondstoffen voor de chemische industrie, en Dual Feed Biorefinery. Dit op 150 miljoen euro begrote project voor een bioraffinagefabriek, die zal worden gevoed met suikerbieten en hout, is het verst gevorderd. Als eerste chemische output is azijnzuur voorzien, dat nu al (in niet groene vorm) in een aanzienlijke hoeveelheid wordt gebruikt als grondstof op Chemiepark Delfzijl. Afhankelijk van het toegepaste enzymatische omzettingsproces kunnen naast azijnzuur ook andere chemische producten worden geproduceerd.

Met de realisatie van de nieuwe fabriek zijn naar verwachting 65 directe en 260 indirecte banen gemoeid. Als eerste grootschalige installatie in zijn soort (>200.000 ton biomassa/jaar) zal de fabriek de regio een internationale voortrekkersrol verschaffen en de mogelijkheid bieden tot ontwikkeling van een nationaal kenniscentrum op het gebied van bioraffinage voor de chemie. In de komende tijd zal consortiumvorming ter realisatie van de fabriek (in 2018 – 2020) zeer hoog op de agenda staan.

Share |