Nederland en Duitsland gaan kennis delen over slib

Nederland en Duitsland gaan intensiever kennis uitwisselen over slib in het Eemsestuarium. Deze samenwerking is nodig om tot een gezonde natuur te komen en om de doelen die in het meerjarig programma Eems-Dollard 2050 zijn geformuleerd te realiseren. Met dit programma gaat Nederland actief slib aan het estuarium onttrekken.

Met twee langdurige programma’s aan weerszijden van de grens om de natuur te verbeteren, wordt de noodzaak tot intensiever samenwerken duidelijk gevoeld. In Duitsland is vorig jaar het Masterplan Ems 2050 in werking getreden. Dit is een uitvoeringsprogramma dat voorziet in een aantal maatregelen die de waterkwaliteit van de rivier de Ems moeten verbeteren. In Nederland staan binnen het programma Eems-Dollard 2050 de nodige ingrepen aan Nederlandse zijde in de steigers om het estuarium weer gezond te maken.

De goed bedoelde maatregelen die beide landen willen nemen kunnen nadelig effect hebben op de natuur in het andere land. Zo ligt de onderzoeksfocus aan Duitse zijde op het reguleren van de vloedstroom van de Ems via ingrepen bij het Ems-sperrwerk bij Gandersum. Dat zou kunnen leiden tot een weerkaatsing van de vloedgolf in de Dollard met extra troebelheid als gevolg. Dat maakt een betere afstemming en informatiedeling nu tot een urgente zaak.
Ems-sperwerk. FOTO: Herman Verheij

Kennisuitwisseling slib
Tot op heden beperkte de samenwerking tussen Nederland en Duitsland in het estuarium zich tot verschillende formele en informele overlegstructuren. Nu willen de twee landen nog beter samenwerken door in twee bilaterale werkgroepen de samenwerking inhoudelijk te verdiepen. In één van die werkgroepen staat de kennisuitwisseling over slib centraal. De andere werkgroep gaat bekijken hoe de Duits-Nederlandse samenwerking rondom het Integraal Managementplan een vervolg kan krijgen.

“Beide landen hebben de afgelopen jaren niet stilgezeten in hun pogingen om de troebelheidsproblematiek in het estuarium beter te begrijpen”, vertelt Ellen Farwick, die namens de provincie Groningen zitting heeft in de werkgroep Kennisuitwisseling Slib’. “Er is veel kennis aanwezig, die nog niet optimaal tussen de twee landen wordt gedeeld. Door bundeling en analyse van de beschikbare kennis kunnen we hopelijk samen een grote stap verder komen.”

Ervaringen delen
Verder worden door de werkgroep workshops georganiseerd, onder meer over de hydromorfologische integriteit van de Eems-Dollard en over toepassingsmogelijkheden van slib. Een workshop dit najaar waarin deskundigen uit beide landen praktijkervaringen zullen uitwisselen over opslag en verwerking van slib op land, kleirijping en toepassingsmogelijkheden van slib, vormt het feitelijke startschot van de samenwerking.

“In Duitsland is er jarenlange ervaring met het op land brengen van slib en kleirijperij”, weet Farwick. “Maar dat is alweer een jaar of tien geleden. Die kennis is niet altijd goed gedocumenteerd en dreigt verloren te gaan. Dat willen we voor zijn. Ook wordt bij onze oosterburen al meer klei van kwelders gebruikt voor grondverbetering. De Duitsers op hun beurt zijn bijzonder geïnteresseerd in de Nederlandse ideeën over toepassing van slib en de vermarkting ervan. Als slib een product met een economische waarde wordt, is dat voor allen interessant.”

Share |