Onderzoek samenwerking Nederland en Duitsland: Wil is er, en nu?

Nederland en Duitsland kennen vergelijkbare doelstellingen voor het Eems-Dollardestuarium en zijn van elkaar afhankelijk om die te kunnen realiseren. Toch schort het tot op heden aan de grensoverschrijdende samenwerking. De wil om daar verandering in te brengen is er, maar dan moet er nog veel gebeuren, stelt Rianne Datema in haar afstudeeronderzoek ‘Samen naar een gezonde Eems-Dollard’.

Datema onderzocht ter afronding van haar opleiding Europese Studies aan de NHL Hogeschool Leeuwarden de mogelijkheden voor een betere samenwerking tussen Nederland en Duitsland rond het Eems-Dollardestuarium. Ze nam daarvoor de samenwerking tussen Nederland en België voor het Schelde-estuarium als uitgangspunt. De problematiek rond beide estuaria is vergelijkbaar: Natuurlijke functies in balans brengen met economische functies en veiligheid.

Datema deed bureauonderzoek en sprak met stakeholders betrokken bij de totstandkoming van het zogeheten Scheldemodel en belanghebbende partijen rond het Eems-Dollardestuarium. De conclusie: Er is sprake van communicatie, er is wederzijds begrip en er is een basisvertrouwen, maar beide landen formuleren nu nog vooral hun eigen doelen en voeren eigen beleid voor de Eems-Dollard.

Doelstellingen
Beide landen zijn recent echter ambitieuze programma’s gestart – het Masterplan Ems 2050 in Duitsland en Eems-Dollard 2050 in Nederland. Om deze succesvol te kunnen laten zijn is grensoverschrijdende samenwerking onontbeerlijk. De doelstellingen die aan beide zijden van de grens zijn geformuleerd over de balans tussen economische ontwikkeling (toegankelijkheid havens), ecologisch herstel (onder andere vermindering slibconcentratie) en veiligheid komen grotendeels overeen, maar verschillen op accenten, stelt Datema.

“In Nederland vinden we de natuurwaarden het belangrijkst, in Duitsland ligt de nadruk meer op de economische belangen, met name die van de Meyer Werft in Papenburg. De urgentie om samen de ecologische problemen aan te pakken, is daardoor in Nederland groter dan in Duitsland. Daarnaast is onduidelijk welke documenten leidend zijn. Is dat het IMP, zijn dat eerdere verdragen? De betrokken partijen beroepen zich op verschillende teksten.”

Scheldemodel
Datema ziet verder het ontbreken van een heldere visie, gelijkwaardigheid van beide landen, een passende samenwerkingsvorm, bestuurlijk overleg op ministerieel niveau en een fysiek instituut, alsmede cultuurverschillen tussen beide landen als hinderpalen in een goede samenwerking. Het zijn factoren die juist bijdroegen aan een succesvolle Nederlands-Belgische samenwerking rond het Schelde-estuarium.

Hoewel het Scheldemodel niet één op één kan worden overgenomen, biedt het wel aanknopingspunten. Een belangrijke les die kan worden getrokken is dat een dergelijke samenwerking tijd nodig heeft om gestalte te krijgen, stelt Datema. “Vertrouwen opbouwen kost tijd. Al vanaf 1948 was er contact over de Schelde, pas in 2005 heeft dat geleid tot structurele samenwerking binnen het Scheldemodel.”

Cultuurverschillen
Het eerste dat nu moet worden gedaan is de huidige samenwerking evalueren, zegt Datema. “Daar zullen punten uit voortkomen die voor verbetering vatbaar zijn.” Zo blijken cultuurverschillen tussen beide landen groter dan gedacht. “In eerste instantie vormen deze geen groot probleem, maar naarmate men intensiever wil samenwerken lijken cultuurverschillen toch een obstakel. Zo wordt in Nederland sneller van functie gewisseld dan in Duitsland. Duitsers vinden het opbouwen van een relatie belangrijk. Dat moet dan weer opnieuw gebeuren. Ook hebben Duitsers een concreet doel nodig om samen te komen voor overleg. Voeten-op-de-tafelbijeenkomsten zoals in Nederland kennen ze niet.”

Datema denkt op basis van haar onderzoek dat een fysiek instituut waaraan medewerkers uit beide landen een deel van hun identiteit kunnen ontlenen een belangrijke stap kan zijn om het contact te intensiveren en het wederzijdse begrip en vertrouwen te vergroten. “Bij de EDR werkte dat ook zo. De mensen die ik sprak, zagen er wel wat in, maar zagen het tegelijk niet op korte termijn gebeuren, omdat dit ook het opgeven van een stukje autonomie betekent. Dat is vooralsnog een te grote stap.”

 LEES MEER
Onderzoek Nederlands-Duitse samenwerking van start

Share |