Op weg naar een gebiedsgericht emissiebeleid voor de Eemsdelta

Afgelopen maand is het advies ‘Gebiedsgericht Emissiebeleid voor de Eemsdelta’ gepresenteerd. Hierin worden op hoofdlijnen maatregelen en beleidsvoorstellen gedaan om met minder milieudruk ruimte te creëren voor economische ontwikkeling. Met het advies wordt invulling gegeven aan afspraken die zijn gemaakt in het kader van Economie en Ecologie in Balans.

De uitdaging is groot: zorgen dat natuur en zware industrie goed samengaan aan de rand van Natura 2000-gebied en werelderfgoed Waddenzee. “Dit advies levert een bijdrage aan zowel economie als aan natuurontwikkeling”, meent Gerlof Hotsma namens SBE (Samenwerkende Bedrijven Eemsmond), samen met Groningen Seaports en de Natuur- en Milieufederatie Groningen één van de opstellers van het advies. Opdrachtgever was de provincie Groningen. “Doordat het in onderlinge samenwerking tot stand is gekomen is er voldoende draagvlak om op de ingeslagen weg verder te gaan.”

Eemshaven. FOTO: Herman Verheij

Pilotgebied
Het advies vloeit voort uit het Integraal Milieubeleidsplan 2013-2016, dat de mogelijkheid biedt om gebiedsgericht maatwerk te leveren. De Eemsdelta is één van de twee pilotgebieden waar ervaringen opgedaan worden met deze aanpak. Het schept volgens Hotsma de randvoorwaarden voor uitbreiding van bestaande bedrijvigheid en het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid. “Verdere ontwikkeling van het gebied wordt mogelijk gemaakt doordat bedrijven en andere stakeholders gezamenlijk kijken hoe de beschikbare milieuruimte optimaal kan worden benut.”

Investeren in toekomst
Ellen Farwick van Natuur- en Milieufederatie Groningen onderschrijft het belang van het advies. “Investeren in een schoner milieu is investeren in de toekomst: een gezonde toekomst voor mensen, natuur en bedrijven. Het is mooi om te zien dat Groningen Seaports – met de Groene Havenvisie 2030 – en ook de meeste bedrijven daar nu werk van maken. Onze hoop is, dat als wij samen de kaders voor de milieuruimte bepalen, wij sneller onze doelen kunnen bereiken. En dat geldt voor zowel de economische ontwikkelruimte als ook het verbeteren van de natuurkwaliteit.”

Drie doelstoffen
De voorgestelde aanpak bestaat uit beleidsvoorstellen en maatregelen die beiden op initiatief van de gezamenlijke partijen zullen worden vormgegeven. Door Natuur- en Milieufederatie Groningen werden de relevante doelstoffen ingebracht waarvoor gebiedsdoelstellingen worden geformuleerd: NOx (stikstofoxiden), zware metalen en geur, stoffen die relevant zijn voor het milieu in de Eemsdelta. De beleidsvoorstellen hebben betrekking op de stikstofproblematiek, het verbeteren van het proces van vergunningverlening, vermindering van geuroverlast en een betere klachtenafhandeling.

Eind 2015 uitvoeringsprogramma
De vervolgstappen bestaan uit het inventariseren van de ambities van de bedrijven in het gebied, om vervolgens deze ambities te vertalen naar concrete gebiedsdoelstellingen, maatregelen te formuleren om deze doelstellingen te realiseren en tot slot met een uitvoeringsprogramma te komen. Het streven is dat er voor het einde van 2015 een programma ligt dat uitvoerbaar, meetbaar en handhaafbaar is.

Vrijwillig, niet vrijblijvend
Een echte stok achter de deur is er evenwel niet. “Het uitvoeringsprogramma wordt vrijwillig maar niet vrijblijvend”, zegt Hotsma. “Maar het belang is voor alle partijen duidelijk: door zelf de verantwoordelijkheid te nemen om emissieverlaging te realiseren, houden wij de regie. Het alternatief is dat vanuit bestaande milieuwetgeving per bedrijf maatregelen worden opgelegd. Het is de vraag of je daar als bedrijf blij van wordt.”

Vertrouwen
De gezamenlijke inzet moet leiden tot een verlaging van de emissies, betere monitoring en het gezamenlijk ontwikkelen van utilities waarmee de milieukundige voetafdruk zal verminderen. Hotsma: “Door centrale stoom- en stroomopwekking wordt bijvoorbeeld voorzien in voldoende en betaalbare energie en nemen de emissies af.” De grootste klus ziet Hotsma in het overtuigen van de achterban om in het proces mee te blijven gaan. “We moeten het vertrouwen dat de afgelopen tijd is opgebouwd vasthouden en samen projecten oppakken. Een bedrijf dat tijdelijk ongebruikte milieuruimte afstaat moet erop kunnen vertrouwen dat het die milieuruimte zelf weer kan benutten als het dat zelf nodig heeft.”

Share |