Op zoek naar verdieping in tweede fase MIRT-onderzoek

Om economische ontwikkeling en maatregelen voor ecologisch herstel van de Eems-Dollard goed op elkaar af te kunnen stemmen, werd vorig jaar een MIRT-onderzoek gestart. In september kwamen de eerste tussenresultaten beschikbaar. In fase II wordt een verdere verdiepingslag gemaakt.

92 maatregelen
De eerste fase van het MIRT-onderzoek leverde naast een duidelijke probleemomschrijving onder meer een lijst op van 92 maatregelen, die de afgelopen jaren in verschillende verbanden en onderzoeken zijn opgekomen. Deze maatregelen zijn aan een eerste toets op ecologische effectiviteit onderworpen.

Voor fase II van het onderzoek wordt gedacht in drie categorieën van maatregelen: maatregelen op het gebied van slib, maatregelen aan de kust en maatregelen in de hydrodynamiek (zoals nieuwe geulen). Deze maatregelen worden verder uitgewerkt in oplossingsrichtingen en getoetst op onder meer haalbaarheid en kosten.

Het MIRT-onderzoek wordt nu uitgewerkt aan de hand van vier sporen: probleemanalyse en benodigde maatregelen met onderbouwing, de financieringsstrategie, governance en economische kansen. De vier sporen tezamen moeten resulteren in een eindrapport.

De meest kansrijke matregelen zijn die op het gebied van kust, slib en hydrodynamiek.

Wisseling van de wacht
“Naast de uitwerking van de vier deelsporen stellen we een plan van aanpak op voor fase II, inclusief integratie van de vier sporen. We kijken wat we de komende maanden nog moeten doen en welk beeld we hebben van de uitkomst van het MIRT-onderzoek”, vertelt Nathalie de Koning van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zij is sinds november projectleider van dit MIRT-onderzoek. De alumnus van de Rijksuniversiteit Groningen volgde Regina Oosting op, die de eerste fase van het MIRT-onderzoek trok. Ook bij de provincie Groningen heeft een ‘wisseling van de wacht’ plaatsgevonden [Peter de Vries].

Het accent in de tweede fase ligt op nader onderzoek naar de maatregelen die in de eerste fase als meest kansrijk naar voren kwamen. Het gaat om maatregelen op het gebied van slib, de kust en hydrodynamiek. De Koning: “Is er voldoende kennis over en ervaring met de mogelijke maatregelen? Wat werkt wel en wat niet? Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de door Groningen Seaports geïnitieerde slibpilot.'' De WUR-studie naar aanleiding van het actieplan van de Commissie-Willems voor de chemiecluster Eemsdelta, waarvan deze maand de resultaten worden gepresenteerd, levert ook waardevolle input op.”

Effectiviteit
In een eerste beoordeling op effectiviteit bleven 24 van de 92 maatregelen over. De Koning: “Nu gaan we een aanvullende slag maken, door de maatregelen ook op draagvlak, kosten en haalbaarheid te toetsen. We willen niet alleen weten welke maatregelen effectief zijn, maar ook wat daarvoor nodig is. Welke meekoppelkansen zijn eventueel mogelijk, maar ook welke financieringbronnen zijn er en wat is een mogelijk passende uitvoeringsorganisatie.”

Een belangrijk aspect hierin is de samenwerking met Duitsland. Hierbij wordt afgetapt van hetgeen in het kader van het Integraal Managementplan (IMP) wordt voorgesteld en uitgewerkt.

Financiën
Wat de financiën betreft: behalve de bijna tien miljoen euro KRW-geld voor verwijdering van de Griesberg in de Eems en een miljoen voor onderzoek staat er verder geen geld op de rijksbegroting. “We proberen in kaart te brengen welke maatregelen en welke financieringsbronnen mogelijk aan elkaar te koppelen zijn”, zegt De Koning. “Het gaat dan om publieke en private middelen, zowel regionaal, nationaal als ook Europees.” Het Rijk neemt niet eerder dan in het BO-MIRT van het najaar 2015 een besluit over mogelijke financiën.

Het is belangrijk om de stakeholders goed te betrekken bij het MIRT-onderzoek, stelt De Koning. Een goed moment daarvoor is de E&E-dag op 12 maart a.s. “Dan zullen we de actuele stand van zaken geven.” Heel concreet kan ze echter nog niet worden. “Inhoudelijk werken we nog steeds op een abstract niveau, een complete planuitwerking is niet het doel van het MIRT-onderzoek.” Waar het uiteindelijk wel toe moet leiden? “Het streven is om te komen tot een adaptief maatregelenprogramma”, zegt De Koning. Een MIRT-verkenning? “Dat is een optie, maar zeker niet de enige.”

Eerder nieuws:
Eerste Fase MIRT afgerond
Eerste fase MIRT gestart

Share |