Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl krijgt ecologische plus

De regio Eemsmond-Delfzijl barst van de ambitie. Maar het is onduidelijk of alle gewenste ontwikkelingen qua milieueffecten wel naast elkaar mogelijk zijn, en of ze passen binnen de milieugebruiksruimte. Die onduidelijkheid zorgt voor een rem op de ontwikkeling. De Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl moet daar een einde aan maken. Met een ‘ecologische plus’ wordt gestreefd naar minimaal in stand houden van de natuurlijke waarden. Of zelfs verbetering ervan.

Veel planalogische opgaven
Het Eemsdeltagebied wacht vele planologische opgaven. Denk aan de Rijksafspraken over de aanleg van windparken, de dijkversterkingen en de bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen van de Eemshaven (Energy Port) en Oosterhorn (chemiecluster). Deze plannen moeten worden voorzien van een milieueffectrapportage (mer) en een passende beoordeling (PB). De grote vraag is, of alle plannen wel naast elkaar gerealiseerd kunnen worden. Ook moet helder zijn wat de cumulatieve effecten van al die ontwikkelingen zijn. De Commissie voor de m.e.r. adviseerde daarom een regionale structuurvisie op te stellen, zodat regionale keuzes bestuurlijk bindend zijn vastgelegd.

Luchtfoto van Delfzijl

Omgevingsvisie
De structuurvisie past binnen de provinciale Omgevingsvisie en vormt het kader waaraan bestemmingsplannen worden getoetst. De structuurvisie wil economische ontwikkeling in de Eemsdelta optimaal faciliteren. “De Eemsdelta is een mooi gebied grenzend aan een Natura 2000-gebied, maar er moet ook ruimte zijn voor economische ontwikkeling. Zeker nu met de vaargeulverdieping, de komst van datacenters en biobased economy een enorm ontwikkelingspotentieel voor de regio is gecreëerd”, zegt Jaap Siemons, projectleider bij de provincie Groningen. “De structuurvisie moet voorkomen dat het gebied op slot gaat en ongecontroleerde ontwikkelingen plaatsvinden, met alle gevolgen van dien.”

Opdracht
Siemons stelde een projectplan op dat in september werd gepresenteerd. Daarna gaf de provincie hem opdracht om een structuurvisie te ontwikkelen voor het Eemsdeltagebied die past binnen de provinciale Omgevingsvisie 2015-2019, de opvolger van het huidige POP. Hierin wordt de kwaliteit, inrichting en het beheer van de leefomgeving in de provincie Groningen voor de komende jaren omschreven. De nieuwe Omgevingsvisie 2015-2019 is eind dit jaar klaar. Kort daarna wil Siemons ook de Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl presenteren. “Gemeenten willen hun in ontwikkeling zijnde bestemmingsplannen kunnen afronden. Die plannen willen we niet laten stagneren.”

Van de Eemshaven tot Oosterhorn
Het visiegebied beslaat het hele gebied van de Eemshaven tot het industriegebied Oosterhorn ten zuidoosten van Delfzijl, inclusief een dunne strook buitendijks gebied. “Overal waar overlast of negatieve milieueffecten kunnen ontstaan door activiteiten van bedrijven, maar bijvoorbeeld ook door de aanleg van dijken in het kader van het Deltaprogramma, valt onder de structuurvisie'', zegt Siemons.

Groningen is door haar ligging en landschap bijzonder. De lucht is er schoon en gezond. De economie moet er kunnen draaien, maar dat hoeft niet ten koste te gaan van natuur en milieu. Siemons: ''We hopen zelfs de recreatieve waarde te versterken. En meer beleving van  wad, zee en dijk te creëren.”

Ecologische plus
De structuurvisie krijgt een ‘ecologische plus’, waarvoor E&E is uitgedaagd mee te denken. Deze plus betekent dat van bedrijven naast de wettelijk vastgelegde compensatieverplichting een extra inspanning wordt gevraagd om natuur en milieu te respecteren en waar nodig te verbeteren. Als voorbeeld van een ‘ecologische plus’ noemt Siemons de toezegging van Google om bij haar nieuwe datacenter in de Eemshaven 18,5 hectare natuurgebied te ontwikkelen. Voor de bouw van haar kolencentrale nam RWE/Essent ook aanvullende maatregelen bovenop de compensatieverplichtingen die zij had. Siemons: “Tegenover elke belasting van het milieu staat elders ontlasting. Maatregelen kunnen overigens ook buiten het gebied van de structuurvisie plaatsvinden.”

In balans
Siemons beschouwt het ook als een basisvoorwaarde om milieu- en natuurorganisaties achter de ontwikkelingen in het gebied te scharen. “Wij zien het als onlosmakelijk onderdeel van de structuurvisie. Economie en ecologie moeten in balans zijn. Met goede plannen, veel overleg aan de voorkant en duidelijke kaders denken we dat te kunnen bereiken.” Anderzijds denkt hij niet dat de ‘ecologische plus’ investeerders zal afschrikken. “Het is juist goed voor het imago van een bedrijf als het kan zeggen dat het de natuur respecteert en meehelpt deze te stimuleren en te ontwikkelen.”

Optimistisch
De projectleider is optimistisch. “De belangrijke keuzes voor het gebied zijn gemaakt. We weten welke plannen ontwikkeld moeten worden en hoe we de ontwikkeling van de economische plus moeten realiseren. Met de  milieuverkenning wordt op negen thema’s onderzoek gedaan naar wat de cumulatieve effecten van voorziene bedrijvigheid zijn. De studie is nog niet af, maar de eerste resultaten zijn hoopgevend.”

Share |